WISKUNDE
Opleiding: vwo
Opleiding: Gymnasium
Bij wiskunde leer je vaardigheden die je kunt gebruiken om bepaalde problemen op te lossen. Het vak wiskunde moet je zien als de basis voor veel andere vakken.
In veel andere vakken kom je vraagstukken tegen die je alleen kunt oplossen als je een aantal wiskundige basisvaardigheden tot je beschikking hebt.
Bijvoorbeeld bij het vak aardrijkskunde: coördinaten lezen op een kaart, of grafieken interpreteren over bevolkingsgroei. Of bij economie: een vraagstuk proberen op te lossen waarbij je een maximale winst behaalt. In de natuurkunde heb je een aantal rekentechnieken nodig zoals de differentiëren bij vragen die gaan over snelheid en versnelling. Ook bij scheikunde speelt wiskunde een belangrijke rol. In de praktijkvakken op het vmbo moeten ook de nodige berekeningen gemaakt kunnen worden.
Het spreekt vanzelf dat de aangeboden stof afhangt van het niveau van je opleiding.
Wiskunde op het vwo is een verplicht vak, maar in de tweede-fase klassen krijgt niet iedereen dezelfde wiskunde. Afhankelijk van je keuze van het profiel in de tweede fase krijg je te maken met een soort wiskunde die loopt van meer praktijkgerichte wiskunde (wiskunde C in het profiel CM, wiskunde A in de profielen EM en NG ) tot een meer theoretische wiskunde (wiskunde B in het profiel NT). Alle leerlingen van de tweede fase moeten wiskunde examen doen.
Wij gebruiken op onze school de methode Getal & Ruimte.
Dit zijn wiskundeboeken met veel oefenmateriaal, want wiskunde is een vak waarbij je veel opgaven moet maken.
Hoe leuk wiskunde is, zie je bijvoorbeeld op de volgende site:
• Het wiskundelokaal van de digitale school
terug naar het overzicht