SCHEIKUNDE

Opleiding: havo

Scheikunde in de havo op het Rijswijks Lyceum

Scheikunde is een ambacht – een handwerk. Eigenlijk is scheikunde overal om je heen …. voeding, kleding, verzorgende producten, vervoer … bij het ontwikkelen en maken van die producten waren chemici betrokken.
Ook in de toekomst zijn veel chemici nodig …. dus: MAAK ’T IN DE CHEMIE !!

In 3 havo volgen alle leerlingen 1 uur per week scheikunde. De docent is dhr. De Zee.
Scheikunde valt onder de exacte vakken; eigenlijk draait alles om het leren over, en werken met stoffen. Je weet hoe je je in een scheikunde lokaal moet gedragen en je bent bekend met onze veiligheidsregels.

Onderwerpen die in de 3e klas o.a. aan bod komen zijn het atoom– en molekuul-model, chemische reacties en reactievergelijkingen, en scheidingsmethoden. Daarnaast zijn het opstellen van onderzoeksvragen, het veilig uitvoeren van praktisch onderzoek, waarnemingen doen en daar verslag van uitbrengen belangrijk.

De methode Banas wordt gebruikt, naast eigen materiaal dat door de docent is ontwikkeld.

In 4 havo volgen alle leerlingen met een N-profiel scheikunde. Dit vak wordt met 3 lesuren per week in 4 havo en 5 havo gegeven.
De docent is dhr De Zee en de practica worden verzorgd door de TOA.
In4 havo voer je vooral practica uit om vaardigheden aan te leren en inzicht in de theorie te krijgen.
Je duikt in de theorie van atomen en moleculen. De verschillende concepten worden uitgelegd door middel van theorie en proeven. Later zal je ook wat eigen onderzoek bedenken en uitvoeren.
In de vierde klas lopen havo en vwo nog parallel. De basiskennis is immers hetzelfde. Vanaf de 5e klas lopen de programma’s uiteen. De theorie voor de havo is meer toepassingsgericht. Je leert o.a. hoe batterijen werken, de toepassing van bepaalde voedingsstoffen in voedsel, je maakt kennis met de chemische industrie en een van de belangrijkste producten: plastics.

We werken met de methode Pulsar-Chemie, waar de vragen gekoppeld zijn aan (informatie)bronnen en waar een cd-rom bijzit met opgaven, meerkeuzevragen, animatiefilmpjes en D-toetsen. Vaak zijn de opgaven verwerkt in een context, b.v. over milieu, gezondheid, techniek of productie. Dat zijn ook vakgebieden waar veel chemici werken.
Je leert problemen volgens vaste patronen aan te pakken. Daarbij ontwikkel je een vaardigheid die probleemoplossend denken wordt genoemd.


terug naar het overzicht

Print